0181 412 004

Gezondheidszorg

Vaccinaties

Paarden kunnen voor een aantal ziekten gevaccineerd worden. De paarden worden zo beschermd tegen veel voorkomende ziekten. 2 keer per jaar vaccineren tegen influenza en rhinopneumonie geeft de meest complete bescherming tegen luchtweginfecties.

Om deel te nemen aan wedstrijden en keuringen is een jaarlijkse vaccinatie tegen influenza vooraf gegaan door een basisvaccinatie verplicht. Voor internationale wedstrijden is een tweejaarlijkse vaccinatie verplicht.

Naast deze standaard vaccinaties zijn nog enkele andere vaccins beschikbaar. Zowel voor Tetanus, Influenza, Rhinopneumonie en West Nile virus geldt dat als de merrie goed gevaccineerd is, het veulen pas op 6 maanden leeftijd zijn eerste entingen nodig heeft (bescherming via de moedermelk).

Influenza + tetanus (combinatie vaccin)

Een groot deel van de paarden in Nederland wordt jaarlijks gevaccineerd tegen influenza en tetanus; dit is de standaard vaccinatie. Doordat een groot deel van de paarden in Nederland zo beschermd is, zien we weinig uitbraken van influenza. De tetanus vaccinatie beschermt uw paard als het wondjes oploopt; behandeling van een niet gevaccineerd paard met een tetanus infectie is kostbaar en loopt vaak slecht af.

  • Basisenting: 2 keer vaccineren met 4-6 weken ertussen. Na 6 maanden herhalen. Daarna minimaal jaarlijks herhalen.
  • Veulen: Kan vanaf 6 maanden leeftijd gevaccineerd worden volgens bovenstaand schema.
  • Drachtige merrie: Naast de jaarlijkse basisvaccinatie adviseren wij om de merrie 2 maanden voor de bevalling nogmaals te vaccineren. Het veulen is dan na de geboorte ook beschermd tegen tetanus.

Rhinopneumonie

Het Equine Herpes Virus (EHV, ook wel rhino genoemd) kent drie vormen: de verkoudheidsvorm, de neurologische vorm en de abortusvorm. De verkoudheidsvorm is de mildste variant, waarbij in het gunstigste geval alleen een verkoudheid met neusuitvloeiing wordt waargenomen. Dit kan ook gepaard gaan met verdikte benen, koorts en lusteloosheid. De neurologische vorm verloopt ernstiger; ataxie en verlamming zijn dan de duidelijkste symptomen. Gelukkig komt deze vorm maar weinig voor in Nederland. Er kan pas een goede bescherming tegen rhinopneumonie gegarandeerd worden als alle paarden op dezelfde stal gevaccineerd worden. Wij adviseren daarom dit te overleggen met de staleigenaar.
De abortusvorm is relevant voor de fokkerij: hoogdrachtige merries kunnen aborteren of een nog levend maar zeer slap veulen ter wereld brengen. Voor drachtige merries geldt een ander vaccinatie schema om het ongeboren veulen optimaal te beschermen.

  • Basisenting: 2 vaccinaties met 4-6 weken ertussen, daarna elk half jaar herhalen.
  • Drachtige merrie: Drachtige merries die niet eerder gevaccineerd zijn tegen EHV1 adviseren wij op 5,7 en 9 maanden van de dracht te vaccineren.

Droes

Droes wordt veroorzaakt door de Streptococcus Equi bacterie. De ziekte gaat gepaard met opgezwollen klieren aan het hoofd, snot uit de neus, koorts en lusteloosheid. Als een paard droes heeft, kan het dier alleen ondersteunend behandeld worden. Dat wil zeggen: het bestrijden van de koorts met onstekingsremmers. Gebruik van antibiotica kan de ziekteperiode verlengen of zelfs verergeren, en wordt dus niet gebruikt in de behandeling van deze ziekte. Droes kan worden aangetoond door middel van een neusswab. Neem contact met ons op als u uw paard verdenkt van een droesinfectie.
Paarden die droes hebben gehad hoeven niet gevaccineerd te worden. Ook paarden die een droes infectie hebben kunnen niet meer gevaccineerd worden. Wel wordt bescherming opgebouwd na het doormaken van droes.
De vaccinatie voor droes gebeurt door middel van een injectie in de bovenlip. De meeste paarden laten dit gemakkelijk toe, doordat een zeer dunne naald gebruikt wordt.

  • Preventief: 2 keer met 4 weken er tussen, daarna elk half jaar herhalen.
  • Bij uitbraak: Volgens bovenstaand schema, alleen paarden vaccineren die geen symptomen hebben van een droesinfectie. Bij twijfel eerst onderzoeken.

Schimmel

Huidschimmel bij paarden toont zich door meerdere kale plekken verspreid over het paard. De paarden hebben vrijwel nooit jeuk van deze infectie. Het is zeer besmettelijk: borstels, dekens en halsters dienen heet gewassen te worden. De vaccinatie tegen huidschimmel werkt zowel als behandeling bij de aandoening als ter voorkoming van een huidschimmelinfectie. De huidschimmel is een zoönose, dat wil zeggen dat ook mensen deze schimmelinfectie kunnen oplopen.

  • Preventief: 2 keer met 14 dagen er tussen, dit elke 9 maanden herhalen.
  • Bij uitbraak: 2 keer enten met 14 dagen ertussen, de enting eventueel na 14 dagen nog een keer herhalen.

West Nile Virus

Het West Nile Virus (WNV) komt oorspronkelijk uit Afrika en kan meekomen met trekvogels die over Nederland vliegen. Kleine mugjes (knutten) zorgen voor verspreiding naar paarden. Paarden kunnen elkaar dus niet direct besmetten. Paarden die geïnfecteerd raken met het virus krijgen koorts, worden lusteloos en er kunnen spierverlammingen optreden. Gelukkig zijn er de laatste jaren weinig gevallen bekend in West-Europa.

  • Basisenting: 2 entingen met 3-5 weken er tussen, daarna jaarlijks herhalen.

Ontwormen

Er zijn vele soorten wormen schadelijk voor paarden. De rode bloedworm is hierin het belangrijkst om te noemen, en daarnaast in mindere mate de spoelworm, lintworm en grote strongyliden. Worminfecties kunnen vaak een onderliggende oorzaak zijn van koliek. Bij veulens moet extra aandacht besteed worden aan het bestrijden van de veulenworm, strongyloides westeri.

Een goed ontwormingsbeleid is er op gericht om de uitscheiding op de wei te minimaliseren, waardoor minder (her)besmetting van de paarden op kan treden. Wat kun je zelf doen?

  • Haal minstens twee keer per week de mest van het land
  • Waar mogelijk regelmatig de paarden omweiden naar schone weides
  • Het land tussendoor laten beweiden door schapen of koeien verminderd de besmetting met paardenwormen
  • Het land maaien voor beweiding
  • Mestonderzoek en eventuele behandeling voor het omweiden naar een schone wei

Voor ontwormen is geen compleet standaard schema te maken; het is voor een deel altijd maatwerk. Het ontwormen dient dan ook te gebeuren op basis van regelmatig mestonderzoek, minimaal 1 tot 3 keer per jaar in het voorjaar en de zomer. Sommige wormeieren gaan in een soort winterslaap in de darmen van paarden, en kunnen dan niet gevonden worden in de mest. Daarom is het niet nuttig om mestonderzoek in de winter te doen. Het mestmonster mag bij weidegang bestaan uit een mengsel van maximaal 5 verschillende paarden en dient dagvers te zijn.

De lintworm is niet aantoonbaar met standaard mestonderzoek; wij adviseren dan ook om naast het mestonderzoek in voorjaar/zomer, minimaal 1 keer per jaar te ontwormen met een middel dat werkt tegen lintworm.

Let op:
Veulens en jonge paarden (tot 3 jaar) moeten wel regelmatig ontwormd worden, omdat zij nog vatbaarder zijn voor worminfecties en de gevolgen ernstiger kunnen zijn.

  • Veulen:
Dag 10-14:  Ivermectine
2,5 maand:  Ivermectine
4,5 maand:  Fenbendazol
6 maanden:   Fenbendazol

 

Veulens <6 maanden mogen geen Equest® of Equest Pramox®
Veulens vanaf 4 maanden en jaarlingen moeten minimaal 1 keer per jaar met Strongid-P® of Panacur® ontwormd worden i.v.m. spoelwormen.

  • Jonge paarden <3 jaar: voor het weideseizoen ontwormen. Iedere 2 maanden mestonderzoek en daarop aangepast ontwormingsmiddel.
  • Drachtige merrie: 2 weken voor de geboorte van het veulen ivermectine. Drachtige merries mogen geen Equest Pramox® (wel Equest®).

Chippen

Per 1 januari 2007 moeten alle paarden en pony’s een chip en een paspoort hebben, bij vervoer, wedstrijden, keuringen en in het geval van verkoop. Dit paspoort moet zijn voorzien van een pagina voor medische behandeling of een inlegvel, medische behandeling. Is uw paard of pony wel gechipt en u heeft een paspoort, alleen zonder pagina of inlegvel, neem dan contact op met de paspoort uitgevende instantie.

De chip ziet er uit als een dun metalen staafje, net iets groter dan een rijstkorrel. Voor het inbrengen van de chip wordt gecontroleerd of deze werkt en of het chipnummer overeenkomt met de bijbehorende stickers voor in het paspoort. De chip wordt met een naald aan de linkerzijde, halverwege de hals ingebracht. Vervolgens kan met een chipreader het nummer afgelezen worden. Veulens mogen zonder chip vervoerd worden tot een leeftijd van 6 maanden. Daarna moeten zij gechipt zijn.

Het chippen kan door een van onze dierenartsen gedaan worden, deze zal dan samen met u de benodigde papieren in vullen om het paspoort aan te vragen. Dit I&R aanvraagformulier moet binnen 7 dagen worden opgestuurd naar de paspoort uitgevende instantie (bijvoorbeeld de KNHS). Het is wettelijk verplicht om het paspoort ten alle tijden bij het paard aanwezig te hebben, ongeacht waar deze gehuisvest is. Eigendomspapieren mogen wel thuis bewaard worden (het paspoort is geen eigendomsbewijs!).

Gebitsbehandeling

Wij adviseren om jaarlijks het gebit van uw paard te laten inspecteren. U kunt bij ons terecht voor periodieke controle van het gebit van uw paard. Wanneer dit nodig blijkt te zijn of omdat het paard al klachten heeft met eten kan dan meteen een gebitsbehandeling gedaan worden. Veel voorkomende klachten waarbij de tanden en kiezen een rol kunnen spelen zijn:

  • Proppen maken tijdens het eten
  • Morsen van voer
  • Langzaam eten/geen hard voer willen eten
  • Stinken uit de mond
  • Problemen met het bit aannemen/meer verzet tijdens het rijden
  • Scheef houden van het hoofd

Paardenkiezen groeien altijd door. Door slijtage op elkaar moeten de kiezen vlak blijven. Deze slijtage verloopt vaak niet optimaal waardoor scherpe randen of haken kunnen ontstaan. Bovenstaande klachten kunnen dan zichtbaar worden.

Wij behandelen het gebit van uw paard met speciaal voor paarden ontworpen elektrisch gereedschap. Dit maakt het voor ons mogelijk om het gebit van uw paard nauwkeurig te behandelen, ook op plekken waar anders moeilijk bij te komen is, zoals op de achterste kiezen. Om zorgvuldig te kunnen werken is het vrijwel altijd nodig om uw paard te verdoven. Dit gebeurt met een sedatiemiddel dat via het bloedvat wordt ingespoten. Uw paard wordt hier rustig van en laat het hoofd hangen, maar gaat niet liggen en valt niet om. Na de gebitsbehandeling mag uw paard gedurende 3 uur niets eten, i.v.m. een risico op slokdarmverstopping en koliek.

In de wintermaanden november, december, januari en februari krijgt u € 10,- korting op een standaard gebitsbehandeling inclusief verdoving. Als u bij 3 of meer paarden (ook van verschillende eigenaren) een gebitsbehandeling wenst op dezelfde locatie, worden geen visitekosten in rekening gebracht.